Marshall JMP 2104 Gitaarversterker

Vanaf 1981 speel ik elektrisch gitaar over een Marshall JMP 2104. Dit is een comboversterker met Mastervolume Mk2 Lead 50 watt versterker en 2 x 12 inch Rola Celestion G12-65 15 Ohm luidsprekers. In de versterker zitten twee EL34 en drie ECC83 buizen gemonteerd. Deze comboversterker is de voorloper van Marshall 4104 uit de JCM 800 Serie. Direct na aankoop heb ik bij Meekel een flightcase laten maken die ervoor heeft gezorgd dat versterker er ook na vele jaren nog goed uitziet. Helaas heb ik maar een kleine auto (een Renault Clio) waarin ik de versterker alleen zonder flightcase kan vervoeren. Zonder twijfel is deze versterker mijn grote lieveling. Zoals bij meestal alle buizenversterkers is de toonregeling voor het middengebied passief. Je kunt het niet versterken, maar alleen verzwakken. Een rechte frequentie karakteristiek komt het dichts in de buurt als de tremble en bass-knop dicht staan en de mid-knop helemaal open. Draai de mid-kop terug voor een dal in het middengebied. Meestal staan bij mij de knoppen als volgt: Pre-Amp helemaal open, Master-Volume afhankelijk van de ruimte maar meestal op 4, Bass Middle en Treble rond de middenstand en Presence flink open.

Marshall 2104 EL34 ECC83

Met elke buizenversterker moet je ervoor zorgen dat de buizen hun volle bedrijfstemperatuur hebben bereikt voor je hem gaat gebruiken want anders gaan de buizen niet lang mee. Dit doe je door eerst de standby-schakelaar uit en dan de power-schakelaar aan te zetten. (de schakelaars staan nu in tegengestelde posities) Wacht nu minimaal twee minuten voor je de standby-schakelaar aanzet waarna je de versterker kunt gebruiken. Na gebruik zet je eerst de standby-schakelaar uit en daarna de power-schakelaar. Als buizen slijten wordt het hoog minder en het laag minder strak daarom vervang ik om de paar jaar alle buizen door nieuwe en laat ik de BIAS voor de EL34 buizen opnieuw afregelen. De EL34 buizen moeten meettechnisch gepaard zijn, zodat deze minimaal van elkaar verschillen.

Kleine ongemakken

Na jarenlang storingsvrij te hebben gewerkt ging hij in april 2003 defect. Tijdens een optreden begon de versterker plotseling te oscilleren met een erg hard BRRRRRRRRRR-geluid. Gelukkig kon ik na een korte pauze een andere versterker gebruiken die een toeschouwer voor mij had gehaald. Het opsporen van dit probleem was een flinke klus voor Arie van Leyen van de muziekhandel Spanjaard in Alkmaar. Na controle van de EL34 buizen, de trafo en condensatoren bleek dat er een pen in de voet van de fasedraaierbuis was gebroken. Arie heeft de (noval) voet en bijbehorende kap vervangen waarna de storing was verholpen.

Begin 2013 kreeg ik storing met high-input. Bij het uitsterven van een toon ontstond een soort gereutel waarna het geluid wegviel. Met de low-input had ik dit probleem niet. Ik vermoedde dat slechts een triode in de eerste ECC83 buis defect was. Nadat ik de buis een aantal keer in en uit de voet had gehaald, was ook deze storing verholpen. Er was blijkbaar wat oxidatie op de pennen ontstaan.

Mijn vorige gitaarversterkers

Mijn Marshall 2104 is niet de enige versterker waarop ik heb gespeeld. In 1978 kocht ik een Emthree Jazz Amp, een 30 watt transistor versterker. In 1980 kwam hiervoor in de plaats de Gibson LAB 5, een 100 watt transistor versterker met twee luidsprekers. B.B.King gebruikte vaak de LAB 5. Hiernaast had ik toen de Fender Vibra-Champ, een 6 watt buizenversterker. De LAB 5 heb ik ingeruild voor de Marshall 2104 die ik nog bezit. In 1982 kocht ik een Fender Princeton Reverb, een 12 watt buizenversterker. Ook heb ik nog zo'n kleine VOX Escort mains / battery transistorversterker gehad en zelfs zo`n kleine Ibanez Micro Teacher Mini Amp GA-10, een oefenversterkertje met de afmetingen van een grote luciferdoos. De Laatste versterker die ik weer heb verkocht was een Fender Champ 12 buizenversterker.